Wel of geen open source?
Auteur: Rick F. van der Lans
Geschreven: april 2003
Gepubliceerd in: Computable jaargang 2003 nummer 35 en
DataNews jaargang 2003 nummer 25

Linux, Eclipse en MySQL zijn voorbeelden van open source software producten. Organisaties kunnen niet langer om de vraag heen: Moeten ze nu wel of niet deze op fundamenteel andere wijze ontwikkelde software gaan inzetten? Ofwel, is open source software belangrijk of niet? Mijn antwoord zou zijn: niet echt. Tenminste, als ik het standpunt inneem van een softwaregebruiker, zoals een bank of transportbedrijf. Voor een softwareleverancier daarentegen geldt het tegenovergestelde.
Laten we bij de eerstgenoemde beginnen. Als een gebruiker een softwareproduct wil aanschaffen, dan start zij eerst een evaluatietraject. In dit traject worden diverse alternatieven op bepaalde criteria vergeleken. Deze criteria zijn te verdelen in technische criteria, zoals schaalbaarheid, robuustheid en performance, en de niet-technische, zoals de prijs, kwaliteit van ondersteuning, mogelijke invloed op ontwikkeling en de toekomstperspectieven van de leverancier.
Of open source software aan de gestelde technische criteria voldoet, daar zijn geen algemene beweringen over te maken. Dat is productafhankelijk. Hetzelfde geldt trouwens voor commerciële software.
Maar hoe zit het met de niet-technische criteria? Daar scoort open source software zwak. Uiteraard zullen de aanschafprijs en de licentiekosten laag liggen. Maar wat heb je daaraan als de ondersteuning matig is, de toekomst een groot vraagteken is en als je als gebruiker totaal geen invloed hebt op de wijze waarop het product zal evolueren. Vergeet niet dat er uiteindelijk een forse investering zal rusten op elk softwareproduct, dus dan wil een klant zekerheden.
Voor de softwareleveranciers en hun relatie met open source software geldt een heel ander verhaal.
SAP heeft bijvoorbeeld recentelijk een overeenkomst met MySQL afgesloten. Dit heeft er weer toe geleid dat een Amerikaanse investeringsmaatschappij veel geld zal steken in MySQL: 19,5 miljoen dollar. MySQL krijgt hiermee de mogelijkheid hun databaseserver qua functionaliteit te versterken en meer competitief te maken ten opzichte van commerciële producten als DB2, Oracle en SQL Server. Het voordeel voor SAP zou kunnen zijn dat ze in de toekomst een goedkopere databaseserver kunnen meeleveren, waardoor het gehele SAP product goedkoper zal worden.
Een ander voorbeeld betreft diverse EAI-tools en zogenaamde choregrafie-engines. Bijna allemaal leveren gratis de JBoss open source applicatieserver mee. De ingebakken mogelijkheden van deze applicatieserver worden dan door de leveranciers gebruikt en dat bespaart weer ontwikkeltijd.
Eclipse van IBM is ook een interessant voorbeeld. Deze ontwikkelomgeving is initieel door IBM ontwikkeld en vervolgens in het publieke domein geplaatst. Vele programmeurs hebben het gedownload en gebruikt, waardoor het grondig getest en verbeterd werd. En uiteindelijk heeft IBM het zelf gebruikt om WebSphere ontwikkelomgeving te bouwen. Met andere woorden, ze hebben op zeer goedkope wijze ontwikkel- en testprogrammeurs ingezet. Slim!
De softwareproducten die leveranciers moeten ontwikkelen, worden steeds groter en omvangrijker. Daarom past het ook niet meer op één of twee floppies, maar zijn er soms vele propvolle CD’s nodig. Het is voor menig leverancier haast onmogelijk geworden alles zelf te ontwikkelen. Zeker voor starters zou de initiële investering in tijd en geld wel eens te groot kunnen zijn. Vandaar dat zij steeds meer delen van hun functionaliteit opvullen met open source software.
Ook al kopen gebruikers zelf geen open source software, het zal toch in rekencentra binnenkomen, omdat het met commerciële software meegeleverd zal worden. Dus ook al is het oninteressant vanuit het perspectief van de softwaregebruiker, de kans is groot dat ze uiteindelijk allemaal toch open source software op hun machines hebben draaien.